Bron: Vigilis
Aanhouding
Een bewakingsagent heeft geen politiebevoegdheden. Hij kan dus ook niemand aanhouden. Daarop bestaan er echter twee uitzonderingen:
Particuliere aanhouding bij heterdaadbetrapping
Elke particulier, en dus ook elke bewakingsagent, mag iemand vasthouden, wanneer aan volgende voorwaarden cumulatief is voldaan:
- deze persoon moet een misdaad of een wanbedrijf hebben begaan;
- de bewakingsagent (en niemand anders) moet deze persoon op heterdaad hebben betrapt – hij moet het misdrijf zélf met zekerheid hebben gezien;
- de bewakingsagent verwittigt onverwijld (dus zo snel mogelijk) de politie.
De dader mag zolang vastgehouden worden tot de politie ter plaatse komt.
Deze aanhouding moet gebeuren met het oog op de latere bestraffing van de dader. Elk ander motief dat beslissend is geweest voor het vasthouden, maakt die aanhouding onwettig. Andere motieven zouden bijvoorbeeld kunnen zijn een bekentenis afdwingen, de afgifte afdwingen van documenten, zijn ontslag indienen, tot een minnelijke schikking komen.
Een dergelijke aanhouding houdt ook in dat de bewakingsagent in sommige gevallen dwang of zelfs geweld zal moeten gebruiken. Dit geweld moet voldoen aan de regels van subsidiariteit en proportionaliteit. Subsidiair: dit geweld zal enkel toelaatbaar zijn als door geen enkel ander middel het uiteindelijk doel ervan kan bereikt worden, met name dat de dader ontsnapt aan zijn bestraffing. Zo is het gewelddadig overmeesteren van een vluchtende dader niet toegelaten wanneer aan de hand van de nummerplaat van zijn wagen of op enige andere wijze hij kan worden geïdentificeerd. Proportioneel: het geweld moet ook strikt noodzakelijk zijn om de daders ter beschikking van de politiediensten te houden.
Tenslotte zal er telkens een belangenafweging moeten gebeuren. Enerzijds het belang van de maatschappij bij de bestraffing van een dader en anderzijds de fysieke integriteit en zelfs het leven van de dader. Het eerste belang neemt toe naargelang de ernst van het misdrijf en het tweede belang neemt toe naarmate een (poging tot) arrestatie verwondingen of zelfs de dood van de dader kan veroorzaken.
Controle vervoerbewijzen
Bewakingsagenten die activiteiten van persoonscontrole uitoefenen voor een openbare vervoermaatschappij (NMBS, De Lijn, TEC, MIVB) en ticketcontroleurs bijstaan, kunnen reizigers die niet in het bezit zijn van een geldig vervoerbewijs staande houden, op voorwaarde dat de politie onmiddellijk wordt verwittigd en in afwachting dat deze ter plaatse komt. Deze bevoegdheid kan enkel en alleen worden uitgeoefend door bewakingsagenten die tot een interne bewakingsdienst van deze vervoermaatschappijen behoren.
Regelgeving: artikel 8, §7 van de wet.
Artikel 1, 3° van de wet op de voorlopige hechtenis.
Algemeen
De bewakingsagent heeft geen politiebevoegdheden. In de regel treedt een bewakingsagent op voor rekening van diegene die het genot heeft over goederen. Bij zijn optreden kan de bewakingsagent zich beroepen op de dezelfde rechten en de plichten als deze waarover zijn opdrachtgever beschikt. Niet meer en niet minder. Bewakingsagenten kunnen dan ook geen andere handelingen stellen dan deze die ieder burger ook mag stellen en de bevoegdheden die uitdrukkelijk voorzien zijn in de bewakingswet.
Soms wordt aangevoerd dat bepaalde bevoegdheden (bv fouilleringen) toegestaan zijn door de loutere toestemming van de betrokkene. De praktijk komt voor waarbij tickets of toegangsaffiches de verplichtingen vermelden waaraan de burgers bij het bezoek aan bepaalde gelegenheden onderworpen worden. Op deze wijze ontstaat een toegangsovereenkomst tussen de inrichter en de bezoeker. Inrichters onderwerpen de bezoeker via deze techniek aan verplichtingen die de wet geenszins voorziet. Ook in individuele arbeidsovereenkomsten of in arbeidsreglementen wordt soms bepaald dat binnen de onderneming controlefuncties kunnen worden uitgeoefend in de mate dat de handelingen van de toezichters in het arbeidsreglement zijn ingeschreven.
De bewakingswet is echter van openbare orde. Krachtens private overeenkomsten mag daaraan geen afbreuk worden gedaan. Door middel van dergelijke overeenkomsten kunnen de bevoegdheden van de bewakers, die met het toezicht belast zijn, niet worden uitgebreid. In dit geval is de overeenkomst immers absoluut nietig en plegen de betrokken bewakers een inbreuk op de bewakingswet.
Over het algemeen verandert het feit dat de betrokkene voor het stellen van zekere handelingen zijn toestemming of instemming verleent, derhalve niets aan de beperking van de bevoegdheden van de bewakingsagent.
Regelgeving: artikel 8, §8 van de wet van 10 april 1990.
Buitenzetten
Geraakt iemand voorbij de toegang zonder toegelaten te zijn of houdt hij zich niet aan de huisregels, dan kan hij verzocht worden de plaats te verlaten. Dit mag in geen geval onder dwang te gebeuren. De bewaker kan hierbij zeker geen geweld gebruiken. Zo iemand met geweld moet verwijderd worden, dient dit te gebeuren door de politiediensten. Zij zullen oordelen of dit ook noodzakelijk is.
Regelgeving: artikel 8, §6bis van de wet.
Dwang
Er is sprake van dwang vanaf het ogenblik dat de bewakingsagent de bedoeling heeft het gedrag van de medeburger te sturen, te beheersen, te beperken of te verhinderen, hiermee ingaand tegen diens vrije wil. Dwang wordt bij uitstek aan vertegenwoordigers van het openbaar gezag voorbehouden. Een bewakingsagent mag in de uitoefening van zijn activiteiten dus geen dwang gebruiken. Zo bepaalt de wet bijvoorbeeld dat niemand zonder zijn uitdrukkelijke toestemming te hebben gegeven door een bewakingsagent mag worden bewaakt of beschermd. Zo kunnen bewakingsondernemingen geen bewakingsopdrachten uitvoeren die erin bestaan op schepen te voorkomen dat verstekelingen aan wal gaan.
Om dezelfde reden kunnen bewakingsagenten geen dwang uitoefenen tegen wie zich verzet tegen een toegangscontrole.
De enige uitzondering op deze regel dient gezocht te worden buiten de bewakingswet. In het kader van de algemene particuliere aanhouding (zie aanhouding) mag een bewakingsagent een derde in bedwang houden.
Regelgeving: artikel 8, §5, lid 3 van de wet.
Handboeien
Het gebruik van handboeien (alsook het bezit ervan) is ten allen tijde verboden.
Koninklijk besluit van 24 mei 1991 betreffende de wapens die worden gebruikt door de personeelsleden van bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten (B.S., 7 juni 1991).
zie ook wapens
Honden
Voor sommige bewakingsactiviteiten kunnen er onder bepaalde omstandigheden honden worden gebruikt. De bewaker mag de hond echter niet als wapen gebruiken. De hond kan niet worden ingezet om aan te vallen. Hij dient louter als afschrikmiddel. Daarom zijn het soort hond en het gebruik ervan aan regels onderworpen.
Soort honden
Voor bewakingsopdrachten mogen er enkel en alleen herdershonden worden gebruikt. Op deze regel bestaan er tijdelijk twee uitzonderingen. Andere honden komen ook in aanmerking:
- tot 7 november 2004: indien ze worden gebruikt op plaatsen waar ook andere personen, dan de bewakingsagent, geacht worden aanwezig te zijn;
- tot 1 januari 2008: voor zover ze enkel en alleen gebruikt worden op plaatsen waar geen andere personen geacht worden aanwezig te zijn, dan de bewakingsagent. Bijvoorbeeld bij de nachtelijke bewaking van loodsen, waar er geen personeel komt.
Gebruik van de hond
Bewakingsagenten kunnen enkel honden gebruiken indien de onderneming of de dienst waarvoor ze werken uitdrukkelijk de toestemming verkreeg om bewakingsopdrachten met een hond uit te voeren.
Een bewakingsagent die met een hond taken uitoefent op plaatsen waar derden geacht worden aanwezig te zijn:
- draagt de kaart van hondengeleider altijd bij zich.
- houdt de hond te allen tijde aan een leiband; deze leiband heeft een maximumlengte van twee meter.
- houdt de hond steeds gemuilkorfd op een wijze dat de hond niet kan bijten en de muilkorf niet als wapen kan gebruikt worden.
In principe mag de hond in twee gevallen niet gebruikt worden:
- 1) Er kan geen hond gebruikt worden in afgesloten ruimtes die publiek toegankelijk zijn. Een hond die zich losrukt zou paniek kunnen veroorzaken bij het publiek. Paniek kan op zijn beurt ongevallen veroorzaken. Daarom mag, waar er publiek aanwezig is, een hond enkel gebruikt worden in open ruimtes, zoals bijvoorbeeld parkings en bijvoorbeeld niet in een supermarkt tijdens de openingsuren. Een hond kan bijvoorbeeld wel een bewakingsagent begeleiden tijdens nachtrondes op plaatsen waar geen derden geacht worden aanwezig te zijn.
- 2) Bij het uitoefenen van activiteiten van persoonscontrole.
De minister van Binnenlandse Zaken kan in beide gevallen uitzonderlijk afwijkingen toestaan.
Regelgeving: artikels 8-14 van het koninklijk besluit van 7 april 2003 tot regeling van bepaalde methodes van bewaking.
Identiteitscontroles
De controle van identiteitsdocumenten om veiligheidsredenen mag in principe alleen uitgevoerd worden door politiefunctionarissen. Dit is ook het geval indien de identiteitscontrole gebeurt met toestemming van de betrokkene. Hierop bestaan er voor bewakingsagenten, die activiteiten van persoonscontrole uitoefenen, twee uitzonderingen:
1° Indien de bewakingsagent zich aan de toegang van een niet publiek toegankelijke plaats bevindt, dan mag de bewakingsagent de identiteit controleren van personen die zich tot deze plaatsen toegang willen verschaffen. Het gaat enkel om plaatsen waarvan de toegang ertoe door onbevoegden een bijzonder veiligheidsrisico kan uitmaken. Als voorbeeld geldt de niet publiek toegankelijke gedeelten van een bankfiliaal. Deze regel treedt pas in werking vanaf de datum van publicatie van een ministerieel besluit, dat deze plaatsen aanduidt. Ze is ook slechts van toepassing voor deze aangeduide plaatsen.
2° Indien de bewakingsagent is aangesteld door een exploitant van een kansspelinrichting voor taken van toegangscontrole tot een kansspelinrichting.
Bewakingsagenten kunnen in deze twee gevallen de identiteit controleren, teneinde te kunnen nagaan of het niet om onbevoegde personen gaat. De bewakingsagent kan hem de identiteitsdocumenten laten voorleggen gedurende de tijd die nodig is voor het controleren van de identiteit.
Het is bovendien vereist dat de betrokkene met de controle instemt. De controlerende bewakingsagent moet hem voorafgaand in kennis stellen van zijn recht om zich tegen de controle te verzetten. In dit geval kan de bewakingsagent hem de toegang tot de plaats weigeren.
De volgende handelingen behoren niet tot deze uitzondering en zijn dus verboden:
- het fotokopiëren van de identiteitsdocumenten;
- het inhouden van identiteitsdocumenten door de bewakingsagent, bijvoorbeeld tot de betrokkene de plaats terug verlaten heeft.
Regelgeving: artikel 8, §11 van de wet.
Inbeslagnames
Inbeslagnames onder dwang zijn niet toegelaten (zie dwang). Er mag wel gevraagd worden bepaalde goederen vrijwillig te overhandigen. In dit geval kan men niet spreken van een beslag, doch hooguit van een bewaargeving. Bij deze tijdelijke bewaargeving is het best dat de bewakingsagent een afgifteformulier verstrekt dat naderhand voor het afgegeven voorwerp kan worden ingeruild.
Zo kan een winkelinspecteur vragen dat gestolen goederen worden teruggegeven.
Lampen
Een lamp mag nooit als wapen gebruikt worden. Daarom mag een bewakingsagent ook geen staaflamp bij zich hebben die langer is dan 30 cm.
Zie ook: wapens
Regelgeving: artikel 15 van het koninklijk besluit van 7 april 2003 tot regeling van bepaalde methodes van bewaking.
Toegangscontrole
De bewakers en vrijwilligers die activiteiten van persoonscontrole uitoefenen, en enkel zij, mogen, bij de toegang tot een plaats, onder bepaalde omstandigheden de goederen die de burgers bij zich dragen, in hun kledij of in hun handbagage, controleren.
Toestemming burgemeester
Een bewakingsonderneming, een interne bewakingsdienst of een organisator van vijwilligers mogen niet zomaar aan hun bewakingsagenten de opdracht geven om controles van kledij en handbagage uit te voeren. Indien de activiteiten plaatsvinden in een publiek toegankelijke plaats, is er daarvoor eerst een toelating nodig van de burgemeester van de gemeente waar deze controles gepland zijn. Deze toestemming moet slechts éénmaal gegeven worden. Iedere burgemeester kan, in het belang van de veiligheid, voorwaarden verbinden aan zijn toestemming. Het is dus nuttig na te gaan of dit het geval is.
Welke controles zijn geoorloofd?
Deze voorwaarden zijn streng en buiten de door de wet toegelaten omstandigheden, zijn dergelijke controles verboden. Alvorens te controleren moeten alle volgende voorwaarden (!) vervuld zijn.
1° De controle heeft een specifiek doel: de veiligheid in een bewaakte plaats, die al dan niet publiek toegankelijk is. Er kan enkel gecontroleerd worden om te voorkomen dat personen een wapen of een ander gevaarlijk voorwerp zouden binnenbrengen en op deze wijze de veiligheid van de aanwezigen in het gedrang zouden kunnen brengen.
2° Daarom is een controle van kledij of handbagage enkel mogelijk bij de toegang tot deze plaats.
3° De controle mag niet systematisch geschieden; ze mag niet op iedereen worden toegepast, maar ze moet uitzonderlijk blijven. Enkel personen waarvan men vermoedt dat ze een wapen of een gevaarlijk voorwerp dragen mogen aan een controle onderworpen worden. Enkele voorbeelden geven aan hoe dit vermoeden kan blijken:
- een persoon wenst zich toegang te verschaffen en eerder werd hij aangetroffen in het bezit van een gevaarlijk voorwerp;
- een persoon gedroeg zich vroeger reeds gewelddadig;
- een metaaldetector geeft een positief signaal, terwijl de betrokkene beweert geen metalen voorwerpen op zich te dragen.
4° De controle zelf kan uitsluitend bestaan uit:
- een oppervlakkige betasting van de kleding;
- de controle van de handbagage en wel doordat de gecontroleerde persoon zelf de goederen uit zijn zakken of uit zijn handbagage haalt en ze aan de bewakingsagent toont; de bewakingsagent kan dus zelf niet handtassen of de zakken van de kledij van de gecontroleerde persoon onderzoeken.
5° Enkel mannelijke bewakers mogen mannen controleren; enkel vrouwelijke bewakers kunnen vrouwen controleren.
6° De gecontroleerde mag tot de controle niet gedwongen worden; ze geschiedt op basis van vrijwilligheid.
7° Wie zich niet wenst te laten controleren kan de toegang ontzegd worden.
Welke controles zijn niet geoorloofd?
Alle controles die niet aan de wettelijke voorwaarden voldoen, zijn verboden. In eerste instantie controles met een ander doel dan dit dat wettelijk is voorzien (de veiligheid in de bewaakte plaats). Voorbeelden van dergelijke verboden controlevormen zijn:
- deze om na te gaan of iemand geen voorwerpen heeft gestolen;
- controles om na te gaan of iemand geen drugs bij zich draagt;
- controles naar fototoestellen bij bezoekers aan een concert.
Het feit dat de gecontroleerde zijn toestemming zou hebben gegeven voor niet in de wet voorziene controles, maakt ze niet minder onwettig. Ook het feit dat ze aangekondigd staan op toegangstickets of op affiches doet geen afbreuk aan het illegaal karakter ervan.
Wat moet er gebeuren als er gevaarlijke voorwerpen werden aangetroffen?
Wat dient er te gebeuren zo iemand wordt aangetroffen met een gevaarlijk voorwerp in zijn bezit? Hij staat voor de keuze:
- hij blijft buiten want de bewaker mag hem de toegang weigeren;
- hij wenst zich toch toegang te verschaffen tot de bewaakte ruimte.
Hij kan, zo hij voor de tweede mogelijkheid kiest, de gevaarlijke voorwerpen bijvoorbeeld in zijn wagen achterlaten of ze vrijwillig afgeven aan de bewakers bij de toegang. Ze worden hem teruggegeven op het moment dat hij de bewaakte ruimte verlaat (zie inbeslagnames).
Zo het bezit van een aangetroffen voorwerp ook een wanbedrijf uitmaakt (bv. een verboden wapen) kan de bewaker in het kader van de zogenaamde particuliere aanhouding, als hij onmiddellijk de politie verwittigt, de gecontroleerde staande houden tot de politie ter plaatse komt. Zij zal oordelen wat er verder moet gebeuren.
Regelgeving:
Artikel 8, §6 van de wet.
Omzendbrief van 19 november 1999 aangaande de inwerkingtreding van artikel 1, §1, 5° van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private veiligheid.
Toegangsweigering
In principe mag een bewakingsagent de toegang weigeren aan eenieder die door de beheerder van de plaats ongewenst is, doordat:
- het de toegang betreft tot een niet publiek toegankelijke plaats en de betrokken persoon er niet is uitgenodigd;
- het de toegang betreft tot een publiek toegankelijke plaats maar de betrokkene er ongewenst is omdat hij niet aan de voorwaarden voldoet om er toegang te hebben;
- een persoon zich tegen een toegangscontrole verzet of het een persoon betreft bij wie is vastgesteld dat hij in het bezit is van een wapen of een ander gevaarlijk voorwerp.
Een persoon die, ondanks de toegangsweigering, toch binnengeraakt, mag verzocht worden deze plaats te verlaten. Hierbij mag geen dwang of geweld gebruikt worden.
De wet voorziet nog in een tweede vorm van toegangsweigering. Het gaat om de toegang tot niet publiek toegankelijke plaatsen, waar een bewakingsagent identiteitscontrole uitvoert en waar diegene die er het voorwerp van is, er zich tegen verzet. De bewakingsagent mag deze persoon de toegang weigeren. Zie identiteitscontrole.
Bij toegangsweigering moet de bewakingsagent er zich echter voor hoeden niet op een directe of indirecte wijze discriminerend op te treden. In dit geval pleegt de bewakingsagent niet alleen een misdrijf, maar ook een inbreuk op de wet op de private veiligheid waardoor hij een administratieve geldboete of zelfs de intrekking van zijn identificatiekaart riskeert. Zie discriminatie.
Hij mag bij toegangscontrole of bij het verzoek tot het verlaten van een plaats nooit dwang of geweld gebruiken. Dwang of geweld mogen alleen, onder bepaalde omstandigheden, worden uitgeoefend door de politiediensten. Zie dwang.
Regelgeving: artikel 8, §6 en §6bis van de wet.
Uitgangscontrole
Met uitgangscontrole wordt de controle van de goederen bedoeld van personen die een plaats verlaten. Deze controle wordt aanzien als de bewakingsactiviteit ‘toezicht op en controle van personen’.
Ze kan slechts worden uitgeoefend onder de volgende strikte voorwaarden:
1° De plaats is uitsluitend een onderneming of een werkplaats. Met een werkplaats wordt elke plaats bedoeld waar werknemers van een onderneming werkzaamheden uitvoeren.
2° De controle is er alleen op gericht het voorkomen of het vaststellen van diefstallen.
3° De controle mag alleen plaatsvinden op personen die in de onderneming of op de werkplaats werkzaam zijn. Dit zijn niet alleen de werknemers van een onderneming, maar ook leveranciers en tevens deze van bijvoorbeeld onderaannemers of van de werknemers van dienstverleners die in de betrokken onderneming of werkplaats werkzaamheden uitvoeren. Kortom eenieder die er arbeidsactiviteiten verricht. Klanten of bezoekers worden niet gerekend tot de personen die in de onderneming werkzaam zijn. Ze kunnen dus niet worden gecontroleerd.
4° De goederen die zich in de onderneming of op de werkplaats bevinden of de aard van de onderneming komen voor op een lijst bepaald door de minister van Binnenlandse Zaken omdat de ontvreemding van deze goederen voor de samenleving een bijzonder veiligheidsrisico kan uitmaken.
De omstandigheden waarin bewakingsagenten de controle kunnen uitoefenen zijn de volgende:
1° De bewakingsagent is van hetzelfde geslacht als de gecontroleerde persoon.
2° De betrokken persoon heeft zich vrijwillig aan de controle onderworpen. Niemand kan gedwongen worden zich te laten controleren.
3° De werknemers zijn er uitdrukkelijk van in kennis gesteld dat de controle vrijwillig is. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren doordat de controle bij de uitgang duidelijk is geafficheerd.
4° De controle is niet systematisch, er moeten aanwijzingen zijn dat de betrokkene goederen heeft ontvreemd. Dit kan door de bewakingsagent worden afgeleid uit:
- de gedragingen van de betrokkene;
- materiële aanwijzingen;
- de omstandigheden van tijd of plaats doordat er bijvoorbeeld op een specifieke plaats of door werknemers van een bepaalde ploeg recent goederen zijn ontvreemd.
5° De controle heeft enkel als doel gestolen goederen te recupereren. Controles om andere redenen zijn verboden. Een controle mag dan ook enkel betrekking hebben op deze goederen die voor dit doel relevant zijn. Zo kan bijvoorbeeld niet de inhoud van een portefeuille worden onderzocht. Deze bevat in principe immers geen gestolen voorwerpen.
De controle zelf kan uitsluitend bestaan uit:- een oppervlakkige betasting van de kleding;
- de controle van de handbagage en wel doordat de gecontroleerde persoon zelf de goederen uit zijn zakken of uit zijn handbagage haalt en ze aan de bewakingsagent voorlegt; de bewakingsagent kan dus zelf niet handtassen of de zakken van de kledij van de gecontroleerde persoon onderzoeken;
de controle van de goederen die zich bevinden in het voertuig van de gecontroleerde persoon.
Een bewakingsagent kan niemand verhinderen het bedrijf of de werkplaats te verlaten, ook al wil de betrokkene zich niet aan een controle onderwerpen. Op deze regel is er slechts één uitzondering: indien de betrokkene in het bezit wordt gevonden van gestolen voorwerpen, is er sprake van heterdaadbetrapping. De bewakingsagent mag de betrapte persoon ter plaatse staande houden op voorwaarde dat hij onmiddellijk de politie verwittigt en in afwachting dat deze ter plaatse komt. De bewakingsagent heeft er alle belang bij omzichtig om te springen met deze uitzondering. Indien achteraf zou blijken dat deze persoon niet in het bezit is van ontvreemde goederen, kan hem desgevallend verweten worden dat hij zijn bevoegdheden heeft misbruikt.
Het feit dat de gecontroleerde zijn toestemming zou hebben gegeven voor niet in de wet voorziene controles, maakt ze niet minder onwettig. Ook het feit dat ze aangekondigd staan op toegangstickets of op affiches doet geen afbreuk aan het illegaal karakter ervan.
Regelgeving: artikel 8, §6 van de wet.
Wapens
Bewakingsopdrachten worden in een democratische samenleving in principe ongewapend uitgeoefend. Gewapende bewaking is de uitzondering. Daarom sluit de aanvankelijke vergunning voor bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten het gebruik van wapens uit. De private bewaking heeft immers een louter preventieve functie. Er wordt van de bewakingsagent niet verwacht dat hij de goederen die hij bewaakt gewapend verdedigt, noch dat hij zijn wapen hanteert als afschrikmiddel. Uitzonderingen op dit principe kunnen enkel gerechtvaardigd zijn vanuit de bekommernis het leven van de bewakingsagent te beschermen. Ondernemingen die gewapende opdrachten willen uitvoeren, moeten een speciale toestemming bekomen van de minister van Binnenlandse Zaken. De onderneming moet aantonen dat ze wapens daadwerkelijk nodig heeft voor het uitvoeren van haar activiteiten.
Voor welke activiteiten?
Niet alle activiteiten mogen gewapend worden uitgevoerd. Er mogen geen wapens worden gedragen:
- bij de bewaking van goederen, voor zover deze activiteit plaatsvindt op de openbare weg of op voor publiek toegankelijke plaatsen;
- door bewakingsagenten die activiteiten uitvoeren van persoonscontrole;;
- door operatoren van alarmcentrales;
- door bewakingsagenten die de activiteit uitoefenen van ‘vaststelling toestand goederen’;
- door bewakingsagenten die activiteiten uitvoeren van verkeersbegeleiding.
Voorwaarden voor de bewakingsagent
Vooraleer een bewakingsagent een wapen mag dragen:
1. Heeft hij met succes de vereiste wapenopleiding van 42 uren gevolgd
2. Heeft hij bij de provinciegouverneur (voor bewakingsagenten die hun woonplaats in België hebben) of bij het bestuur openbare veiligheid bij de minister van Justitie (voor de bewakingsagenten die geen woonplaats in België hebben) een persoonlijke wapendrachtvergunning verkregen.
3. Neemt hij minstens om de zes maanden deel aan schietoefeningen. Tijdens deze oefeningen vuurt de bewaker telkens minstens 50 patronen af.
Opleiding
Toelatingsvoorwaarden
- attest van goed gedrag en zeden van maximaal 6 maanden oud;
- voldoen aan de voorwaarde inzake afwezigheid van zekere veroordelingen;
- een bekwaamheidsattest voor de basisopleiding;
- facultatieve toelatingsvoorwaarde (afhankelijk van de opleidingsinstelling): geslaagd zijn in medisch onderzoek en psycho-technisch onderzoek.
Minimumprogramma
42 lesuren.
Recht met bijzondere aandacht voor de wapenwetgeving, wettige zelfverdediging en het gewapenderwijs uitvoerend van bewakingsactiviteiten overeenkomstig de wet : 12 lesuren
De beschrijving van de verschillende types van wapens die kunnen gebruikt worden door het personeel van bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten : 6 lesuren
Praktische hanteringsoefeningen met het oog op het veilig uitoefenen van de volgende operaties : laden, ontladen, wapenen, ontwapenen van het wapen, het beperkt demonteren van het wapen (gewoonlijk velduiteename genoemd) , het dragen, hanteren en gebruiken van het wapen in de schietstand, de richtapparatuur gebruiken en de schietrichting en terugslag beheersen : 12 lesuren
Praktische schietoefeningen : 12 lesuren
Welke wapens?
De bewaker kan slechts deze wapens dragen en de munitie gebruiken die wettelijk in het bezit zijn van de bewakingsonderneming of van de interne bewakingsdienst.
Het kan daarbij enkel gaan om volgende verweerwapens:
- revolver of pistool, met een kaliber lager dan 10 mm;
- een wapenstok met een maximum lengte van 45 cm.
- Electronische of telescopische wapenstokken zijn verboden.
Ook een lamp mag nooit als wapen gebruikt worden. Daarom mag een bewakingsagent ook geen staaflamp bij zich hebben die langer is dan 30 cm.
Het dragen van de wapens
Bij de gewapende uitoefening van bewakingsactiviteiten moeten een aantal regels gerespecteerd worden.
De bewaker draagt het wapen enkel en alleen tijdens de uitoefening van bewakingsactiviteiten. Daarbuiten wordt ieder wapen bewaard in de speciaal daarvoor voorziene wapenkamer van de bewakingsonderneming of de interne bewakingsdienst. Een personeelslid is belast met het beheer van de wapenkamer. Telkens een bewakingsagent met een wapen uit de wapenkamer naar een opdracht vertrekt, wordt in een wapenregister vermeld welke bewaker dit is en voor het uitvoeren van welke opdracht hij het wapen draagt. Zo valt altijd na te gaan welke persoon op welk ogenblik voor welke opdracht een bepaald wapen in gebruik had.
Het wapen wordt gedragen in een foedraal dat voorzien is van een sluitsysteem dat verhindert dat het wapen gemakkelijk door iemand anders kan worden gegrepen. Een wapenstok en het etui waarin deze zich bevindt moet zodanig gedragen worden dat zij niet zichtbaar zijn.
Bewakers die nog niet over een beroepservaring van 6 maanden beschikken, moeten bij de uitvoering van gewapende opdrachten te allen tijde begeleid worden door één of meerdere ervaren bewakingsagenten.
De wapenvergunning die de provinciegouverneur heeft afgeleverd moet de bewakingsagent altijd bij zich dragen.
Het gebruik van het wapen
Telkens als buiten de schietoefeningen met een vuurwapen wordt geschoten, dient de bewakingsonderneming of de interne bewakingsdienst dit in een omstandig verslag zulks te melden aan de FOD Binnenlandse Zaken.
Regelgeving: artikel 8, §2 van de wet;
Koninklijk besluit van 15 oktober 1991 tot bepaling van de erkenningsvoorwaarden van schietstanden (B.S., 1 augustus 2000)
Koninklijk besluit van 24 mei 1991 betreffende de wapens die worden gebruikt door de personeelsleden van bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten (B.S., 7 juni 1991).
Koninklijk besluit van 7 april 2003 tot regeling van bepaalde methodes van bewaking.
Koninklijk besluit van 20 september 1991 tot uitvoering van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie (B.S., 21 september 1991).
Wapenstok
De wapenstok wordt beschouwd als een wapen. Het dragen en het gebruik ervan is derhalve aan dezelfde vereisten onderworpen als andere wapens.
Alleen een wapenstok met een maximum lengte van 45 cm is toegestaan. Een wapenstok en het etui waarin deze zich bevindt moet zodanig gedragen worden dat zij niet zichtbaar zijn.
Elektrische of telescopische wapenstokken zijn verboden. Ook lampen die als wapenstok zouden kunnen gebruikt worden zijn verboden. Daarom mogen geen lampen gedragen worden die langer zijn dan 30 cm.
Regelgeving: Koninklijk besluit van 7 april 2003 tot regeling van bepaalde methodes van bewaking.
Koninklijk besluit van 24 mei 1991 betreffende de wapens die worden gebruikt door de personeelsleden van bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten (B.S., 7 juni 1991).
Bron: Vigilis

