Weinig concurrenten, veel concurrentie
door Nick Arys
Het waardevervoer in België zat een aantal jaren in moeilijke papieren.

De banken hebben geleerd om zonder ons te werken en hebben hun systeem herbekeken. Met de staking kwamen er een hele hoop maatregelen die veel geld gekost hebben: de invoering van de intelligente koffer, de afschaffing van de nachttransporten en het splitsen van het vervoer van biljetten en munten. Hierna kwam er de invoering van de euro. Er is een algemene overinvestering gebeurd. De druk was er van onze klanten en van de overheid om te investeren en zo deze moeilijke periode door te komen. Dit in combinatie met de grote bankfusies heeft tot een kritieke toestand geleid. Er ontstond een markt met weinig concurrenten, maar met veel concurrentie. In de jaren ’90 waren er nog zes waardetransportbedrijven, nu zijn er dat nog twee.” In november van vorig jaar verscheen Heros op de Belgische markt. De Duitse waardetransporteur kwam de hegemonie van Group 4 en Brink’s verstoren. Ondertussen zijn de overlevingskansen van de Belgische vestiging van Heros bijzonder klein geworden. Bij het moederbedrijf in Duitsland brak er eind februari een financieel schandaal los. Medewerkers van het bedrijf hebben 300 miljoen euro verduisterd. De financiële geldstroom vanuit Duitsland is stopgezet. In België hebben het dertigtal personeelsleden de garantie gekregen dat de lonen nog een tijdje worden uitbetaald. Heros België vormt een eenheid met de vestigingen in Nederland en daar werd beslist om zelfstandig verder te werken. Zowel Group 4 als Brink’s hebben een resem herstructureringen achter de rug. Group 4 heeft nog vier vestigingen: Antwerpen, Groot-Bijgaarden, Kortrijk en Luik. Brink’s sloot in december vorig jaar de zetels in Kortrijk en Kontich. “De kostprijs van deze herstructurering bedraagt 20 miljoen euro”, zegt Dominique Pieters van Brink’s. “Wij hebben nu nog vestigingen in Strépy, Laken, Machelen, Gent en Hasselt en een zetel op de luchthaven in Zaventem. Op dit moment zitten we aan 450 mensen die fulltime voor ons werken. Daarvan moet er nog een deel weg.” Zowel Brink’s als Group 4 leden de laatste jaren grote verliezen. De toekomst ziet er iets beter uit. “Ons herstructureringsplan voorziet in een winstgevend bedrijf eind 2006. Wij doen er alles aan om hieruit te geraken”, zegt Pieters. “2005 was een goed jaar voor ons. Zonder de overvallen was de turn dit jaar al gerealiseerd”, aldus Bocqué.
ATM en CIT-Light.
Twee potentiële markten voor het geldtransport zijn de ATM-geldautomaten en de CIT-Light. ATM-geldautomaten worden meestal bediend door bankbedienden. Cash wordt echter steeds meer van de bedienderuimte gescheiden. De werknemers kunnen dan niet meer bedreigd worden om geld te overhandigen tijdens een overval. “De banken vragen steeds meer van ons”, zegt Bocqué. “Niet alleen het transport van cassettes, maar ook de plaatsing ervan en eventueel het onderhoud. Dit zal nog groeien doordat een aantal van deze automaten volledig autonoom zullen werken. Bijvoorbeeld in een shoppingcentrum of een tankstation.” De toekomst van CIT-Light is onduidelijker. Het is een markt die voorlopig niet van de grond komt. CIT-Light betekent Cash In Transit Light en houdt in dat één geldtransporteur in een gewone wagen met een plofkoffer-light bij kleine winkeliers langs gaat en zo geld ophaalt. Het is een éénrichtingssysteem dat ervoor zorgt dat er wel geld in, maar nooit uit de koffer kan vooraleer die op zijn eindbestemming is. Dominique Pieters van Brink’s gelooft er niet in: “De uiteindelijke bedoeling hiervan is, maar één persoon te betalen in plaats van twee. Ik ga u de financiële berekening niet maken, maar u zult versteld staan van het verschil in veiligheid tegenover het verschil in prijs. Wij zijn niet zeker of wij daar zullen instappen.” Ook de vakbonden hebben hun twijfels. “Het gevaar bestaat dat ze CIT-Light in laatste instantie ook zouden gebruiken om banken aan te doen, en het concept van de wagen met twee personen naar één persoon zou evolueren”, aldus Bart Geerinckx.
—–
“Op zo een moment denk je aan niets”
door Nick Arys
Sinds januari 2005 zijn er in België veertien geldtransporten overvallen. In de meeste gevallen konden de gangsters geen buit maken. De psychologische gevolgen voor de betrokken koeriers zijn echter vaak enorm. Twee betrokken transporteurs geven exclusief het relaas van hun overval en hoe het hun leven veranderd heeft.

Kinderen.
Tijdens de overval werd D.Z. bedreigd dat hij niets moest proberen, anders zou hij zijn twee kinderen, een tweeling, niet meer levend terugzien. “Op dat moment denk je aan niks, je blijft gewoon zo kalm mogelijk. Achteraf, zijn de woorden tot mij doorgedrongen. Het moeten mensen zijn die mij kennen. Ik verdenk mijn collega’s niet. Je weet nooit wie iets gelekt heeft. Iemand die een overval beraamt, bereidt zich altijd tot in de puntjes voor en weet dus altijd meer van jou en je familie dan je zou durven denken. Ik sta ook niet anders tegenover mijn baan. Ik heb zes maanden thuisgezeten en kreeg ook nog psychologische begeleiding, net zoals mijn collega’s, zowel individueel als in groep. Bepaalde beelden komen steeds terug. Ik was ook bang om buiten te komen, om mensen te ontmoeten. Het probleem is niet het moment zelf dat je het meemaakt. Het is pas vanaf de maand nadien dat je beseft wat er gebeurd is en wat er door je heen gaat. Ik denk wel dat, als ik nu nog een overval meemaak, ik niet meer terug aan het werk zal gaan. Eén keer kan je het over je heen laten gaan. De tweede keer is moeilijk. Dat is zoals met een autoongeluk.”
Ondertussen is D.Z. al bijna tien maanden terug aan het werk. “De eerste dag ik weer de baan op ging, was het toch even slikken. Nu begin ik mij stilletjesaan opnieuw op mijn gemak te voelen. Dat vraagt tijd. Al hangt het ook van persoon tot persoon af. Ik praat er niet graag met te veel mensen over en probeer het op mijn eigen manier te verwerken. Ik heb nu gekozen om alleen nog ritten met intelligente koffers te doen. Daarmee voel ik mij een beetje veiliger. Ze kunnen dan niet meer aan cash geld.”
J.N. werd op 16 augustus 2005 tijdens de drukke ochtendspits op de E-19 in Zemst overvallen.

Een geldtransportwagen van Brink’s rijdt in Machelen de E-19 op richting Antwerpen. J.N. en zijn twee collega’s komen net terug uit verlof. Hun wagen wordt tijdens de drukke ochtendspits achternagezeten door een zware BMW met een blauw zwaailicht. Voorbijrijdende automobilisten denken dat de auto het transport begeleidt. Tot de passagier van de BMW de voorruit en de zijkanten van het transport onder vuur neemt. “We beseften het niet onmiddellijk. We waren nog maar net begonnen. En dan opeens hoor je het lawaai van een kalasjnikov”, legt J.N. uit. “C’est une attaque!”, riep mijn collega. Op dat moment wist ik dat het serieus was. Onze gepantserde wagen werd twintig minuten lang beschoten. Een seconde duurt dan een minuut. Na tien minuten stonden we nog niet stil. Drie kogels zijn de wagen binnengedrongen. Mijn collega Charles kreeg een kogel in de achterkant van zijn nek toen hij via zijn gsm om hulp wou roepen. Toen viel hij neer. Ik dacht dat hij dood was (Dayez lag vijf weken in coma en is gedeeltelijk verlamd door de verwondingen). Onze banden werden helemaal kapot geschoten. We reden op onze velgen tegen 20, 25 kilometer per uur tot in Zemst. De bestuurder wou daar de wagen met zijn achterkant tegen de vangrail zetten. Dat is niet gelukt. De overvallers zijn toen uitgestapt. Dat waren de ergste ogenblikken. Ik lag neer op mijn buik en hoorde ze naast de wagen lopen. “Ouvrir! Ouvrir!”, riepen ze voor ze explosieven op de wagen plaatsten. “Toen hoorde ik een knal achteraan de wagen.” Bij de tweede explosie verloor J.N. het bewustzijn. Hij kwam weer bij zijn Nederlands sprak en direct duidelijk maakte dat hij er niets mee te maken had, anders had ik zeker geschoten.” J.N. raakte lichtgewond bij de overval. Metaalsplinters doordrongen zijn lichaam. Hij heeft nog altijd een stuk metaal in zijn schouderblad zitten. J.N. zal de overval nooit volledig kunnen verwerken. “Na de overval had ik de behoefte om mijn verhaal tegen verschillende mensen te vertellen. Ik krijg ook nog altijd psychologische begeleiding. Als ik op de radio het nieuws van een overval hoor, denk ik onmiddellijk terug aan wat ik heb meegemaakt. In mijn dromen heb ik de gangsters al dikwijls neergeschoten. Ik denk dan vaak: waarom heb ik op dat moment dit of dat niet gedaan. Als ik chauffeur was geweest, had ik alles positieven toen de gangsters vertrokken waren. “Ik zag een zestienjarige jongen met zijn fiets aan de opening van de kofferruimte. Ik heb toen de reflex gehad om naar mijn wapen te grijpen. Ik dacht dat die overvallers daar nog waren. Tot de jongen zei dat ze weg waren en het gedaan was. Hij mag van geluk spreken dat hij toegegooid en mij omgekeerd. Gelukkig zijn het ook maar dromen.” Het was J.N. zijn laatste werkdag. “Ik moest sowieso op prepensioen vertrekken. Ik heb geen spijt. Mijn vrouw koestert ook geen wrok. We wisten waar we aan begonnen. Het is enkel spijtig dat een mooie periode zo abrupt moest eindigen.”
Nick Arys – 10 mei 2006.

