Skip to content

Openbare Ambten

5 April 1993 – Omzendbrief SE-BE-03 betreffende de gevolgen van de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 18 januari 1991 tot vaststelling van de lijst van de openbare en militaire ambten zoals bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6° en 6, eerste lid, 6°, van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten

Aan de Minister van Justitie
Aan de Heren Gouverneurs
Aan de Commandant van de Rijkswacht
Op 1 februari heeft de Raad van State bovenbedoeld besluit nietig verklaard. De reden hiervoor is het vooraf niet raadplegen van de “raadgevende commissie van het militair personeel”.
Een nieuw besluit tot vaststelling van de lijst van de openbare en militaire ambten zal genomen worden na het bekomen van de vereiste adviezen van de consultatieve organen.
De artikelen 5, 6° van de wet van 10 april 1990 1 bepalen onder meer dat om de werkelijke leiding te hebben of in de raad van bestuur van een bewakings- of een beveiligingsonderneming of diensten aangeworven te worden, men sinds vijf jaar geen lid mag geweest zijn van een politie- of openbare inlichtingendienst.
Daar dit verbod in de wet is opgenomen, blijft het dus van toepassing ondanks de nietigverklaring van vorengenoemd besluit.
Onder politiedienst dient te worden verstaan de rijkswacht, de gemeentepolitie en de gerechtelijke politie. De door dit verbod bedoelde openbare inlichtingendiensten worden, wat hen betreft, bepaald in artikel 3 van de organieke wet op het toezicht op de politie- en inlichtingendiensten 2.
Onder openbare inlichtingendiensten dient dus te worden verstaan : “…het bestuur van de Veiligheid van de Staat van het Ministerie van Justitie en de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid van het Ministerie van Landsverdediging alsmede elke openbare dienst, die na de inwerkingtreding van deze wet, met het oog op de veiligheid, speciaal wordt belast met de inzameling en verwerking, van
Ik vestig dus uw aandacht op het feit dat de personen die openbare en militaire ambten uitoefenen en die, in toepassing van het nieuw besluit, door het verbod zullen bedoeld worden, overeenkomstig de wet, gehouden zullen zijn een termijn na te leven van 5 jaar na bedoelde ambten te hebben uitgeoefend vooraleer activiteiten te mogen uitoefenen in de bewakings- of beveiligingssector.
Gelieve deze informatie te willen verspreiden bij Mevrouwen en Mijne heren de Korpschefs van de gemeentelijke politiediensten die onder uw bevoegdheid ressorteren.
1. Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en op de interne
bewakingsdiensten (B.S. van 29 mei 1990)
2. Organieke wet van 18 juli 1991 (B.S. van 26 juli 1991)

| Meer