Skip to content

Algemeen Bekwaamheidsattest

Bewakingsagent: vereisten Algemeen Bekwaamheidsattest

Uitoefeningsvoorwaarden:

  • niet veroordeeld geweest zijn, zelfs niet met uitstel, tot een gevangenisstraf van ten minste zes maanden wegens enig misdrijf, tot een gevangenisstraf van ten minste drie maanden wegens opzettelijke slagen of verwondingen, tot een gevangenisstraf of een andere straf wegens diefstal, heling, afpersing, misbruik van vertrouwen, oplichting, valsheid in geschriften, aanranding van de eerbaarheid, verkrachting, of misdrijven, bepaald bij de artikelen 379 tot 386ter van het Strafwetboek, bij artikel 259bis van het Strafwetboek, bij de artikelen 280 en 281 van het Strafwetboek, bij de artikelen 323, 324 en 324ter van het Strafwetboek, bij de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en haar uitvoeringsbesluiten, de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie en haar uitvoeringsbesluiten, de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, of de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenofobie ingegeven daden (art. 6, 1° wet private veiligheid);
  • onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie (art. 6, 2° wet private veiligheid);
  • hun hoofdverblijfplaats hebben in een lidstaat van de Europese Unie (art. 6, 3° wet private veiligheid);
  • niet tegelijkertijd werkzaamheden van privé-detective, van wapen- of munitiefabrikant, van wapen- of munitiehandelaar of enige andere werkzaamheid uitoefenen die, doordat ze wordt uitgeoefend door deze zelfde persoon die ook een uitvoerende functie uitoefent, een gevaar kan opleveren voor de openbare orde of voor de in- of uitwendige veiligheid van de Staat (art. 6, 4° wet private veiligheid);
  • voldoen aan de door de Koning vastgestelde voorwaarden inzake beroepsopleiding- vorming, beroepservaring en medisch en psychotechnisch onderzoek (art. 6, 5° wet private veiligheid);
  • sinds vijf jaar geen lid zijn geweest van een politiedienst, zoals bepaald in de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt of van een openbare inlichtingendienst, zoals bepaald in de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten, noch een openbaar ambt hebben bekleed dat voorkomt op een door de Koning te bepalen lijst (art. 6, 6° wet private veiligheid);
  • volle achttien jaar oud zijn (art. 6, 7° wet private veiligheid);
  • voldoen aan de veiligheidsvoorwaarden, noodzakelijk voor een uitvoerende functie, en geen feiten gepleegd hebben die, zelfs als ze niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een strafrechtelijke veroordeling, een ernstige tekortkoming van de beroepsdeontologie uitmaken en daarom raken aan het vertrouwen in de betrokkene (art. 6, 8° wet private veiligheid);
  • niet tegelijkertijd werkzaamheden uitoefenen voor een veiligheidsdienst en voor een onderneming of dienst die activiteiten uitvoert voor cafés of dansgelegenheden (art. 6, 9° wet private veiligheid).

Competensies:
Het ideaalprofiel van de bewakingsagent is vastgelegd door de Minister van Binnenlandse Zaken en bestaat uit volgende elementen:

  • respect hebben voor de medemens;
  • afwezigheid van racistische ingesteldheid;
  • niet gewelddadig zijn;
  • beheersing in conflict- en gevaarssituaties;
  • stressbestendigheid;
  • weerstand aan het machtsgevoel dat kan ontstaan door het dragen van een uniform, een identificatiekaart, een wapen, het werken met een hond;
  • snel visuele en auditieve elementen kunnen observeren en waarnemen;
  • vlug onderkennen van conflict- of gevaarssituaties;
  • geschiktheid tot gestage aandacht;
  • bestand zijn tegen eenzaamheid;
  • zich ruimtelijk kunnen organiseren (zin voor oriëntatie, mentale structuur van plaatsen);
  • geschiktheid tot analyse en synthese van concrete problemen;
  • duidelijk, nauwkeurig en bondige rapporten kunnen opstellen;
  • snel en autonoom beslissingen kunnen nemen;
  • strategieën kunnen ontwikkelen bij het oplossen van problemen eigen aan de bewakingsfunctie;
  • over sociale vaardigheden beschikken: zich makkelijk verbaal uitdrukken, kunnen omgaan met diversiteit (jongeren, vreemdelingen), mensen in paniekerige of hysterische toestand kunnen kalmeren;
  • de kalmte bewaren in crisissituaties;
  • geen angst hebben van honden, met een hond kunnen omgaan, het dier beheersen;
  • geen angst hebben voor het dragen van wapens.

Vaardigheden:
Volgens de VDAB dient men over volgende vaardigheden te beschikken indien men aan de slag wil als bewakingsagent:

  • kunnen omgaan met stresssituaties;
  • basistechnieken voor zelfverdediging kunnen toepassen;
  • deontologie van de bewakingsactiviteiten beheersen: kennis van begrippen: regelgeving; moreel gedrag; houding tov. publiek, overheid, pers, collega’s, klant, beroepsgeheim, corruptie, integriteit;
  • kennis van de organisatie van de bewakingssector;
  • observatietechnieken kunnen toepassen;
  • technieken en praktisch optreden bij brand, bomalarm en rampen;
  • de bewakingswetgeving kennen, nl. de principes van de wetgeving (wet van 29 juli 1934, wet Tobback); wettelijke activiteiten toegestaan aan een bewakingsonderneming, de controle en mogelijke sancties; voorwaarden voor erkenning en vergunning, beperkingen en verplichtingen;
  • kunnen omgaan met agressie; weten hoe agressie te voorkomen, omgaan met agressieve personen, verschil tussen agressie en assertiviteit, culturele aspecten, technieken van zelfbeheersing en technieken om anderen te kalmeren;
  • veiligheidsregels kunnen toepassen; kunnen instaan voor zijn eigen veiligheid en er zorg voor dragen dat er geen gevaarlijke situaties ontstaan;
  • technieken eerste hulp en reanimatie kunnen toepassen (EHBO);
  • radiocommunicatie kunnen gebruiken;
  • schriftelijke rapporten en verslagen kunnen opstellen;
  • mondeling kunnen rapporteren.

Wettelijke omkadering:

  • Wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid.
  • KB van 21 december 2006 betreffende de vereisten inzake beroepsopleiding en -ervaring, de vereisten inzake psychotechnisch onderzoek voor het uitoefenen van een leidinggevende of uitvoerende functie in een bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst en betreffende de erkenning van de opleidingen.

Bron: Besafe

| Meer