Eén waarheid staat als een paal boven water. In de huidige omstandigheden is het beroep van geldkoerier een zeer moeilijke opdracht. Deze mensen leven voortdurend in een quasi oorlogssituatie, met acute levensbedreiging door nietsontziende misdadigers. Dit is maatschappelijk onhoudbaar.
Het allereerste probleem is derhalve onze nationale veiligheid. De vijanden van de vervoerders zijn niet de patroons, de banken of de warenhuizen, maar wel de gangsters die op vrije voeten lopen. En in België lopen er teveel van dat slag op vrije voeten. De pakkans voor een misdadiger beloopt in Nederland 1 op 2. In België halen we amper 1 op 20. Dit is het echte probleem, laten we daar geen doekjes om winden.
De redenen daarvoor zijn legio. Zo is er ons bekend nationaal probleem van coördinatie en samenwerking inzake preventie en repressie. Daarnaast is er de Europese context. De grenzen werden afgeschaft hoewel er geen aangepaste grensoverschrijdende misdaadbestrijding bestaat. In België is men vanuit de meeste plaatsen binnen een halfuurtje de grens over.
Ook de uitrusting en opleiding van de ordediensten hinken hopeloos achterop tegenover de hi-tech-middelen van de misdadigers. De trieste ervaring leert ons dat de misdaad zich steeds verplaatst naar de zwakste schakel. De invoering van de plofkoffer zou dus niet het einde van de misdaad betekenen, maar een verschuiving naar andere onschuldige slachtoffers. Een eerste prioriteit is dus duidelijk: het verhogen van de nationale veiligheid.
Geldvervoer is bovendien een economisch probleem. Als het veilig en goedkoop kan, vervoert en verwerkt men via een centrale kas. Als het onveilig en duur wordt, dan wordt het gedecentraliseerd en vervoert men minder.
Onze Nationale Bank beheert de geldhoeveelheid. Er zijn vandaag voor ongeveer 475 miljard frank biljetten in omloop. Elk biljet is in feite een kasbon, uitgegeven door de centrale bank, waarop ze echter geen intrest betaalt. Maar met het tegoed van die 475 miljard in haar boeken, kan de Nationale Bank wel werken. En dat brengt dus, tegen gemiddeld 5 procent, 24 miljard frank intrest per jaar op, wat men seigniorage noemt. Dit is het intrestverlies dat wij allemaal samen derven door die briefjes op zak te houden, in plaats van ze zelf op een lange-termijnrekening te plaatsen. De opbrengst van deze seigniorage wordt verdeeld tussen Schatkist en Nationale Bank. Hoe langer het geld op zak blijft of hoe langer het onderweg is, hoe hoger de intrestwinsten.
Vandaar dat de banken pleiten voor het verminderen van die seigniorage, door immobiel geld in de kassen van de banken intrestvrij te maken, waardoor het frequente, onveilige transport naar de centrale bank overbodig wordt. Dit noemt men money truncation. We moeten inzien, zei voorzitter Alan Greenspan van de Amerikaanse centrale bank onlangs, dat een afleiding van de seigniorage een onvermijdelijk gevolg is van het creëren op termijn van meer efficiënte betaalsystemen…
De jongste weken is het gebruik van elektronische betaalinstrumenten sterk toegenomen. In theorie kan alle duur en onveilig baar geldverkeer vervangen worden door veilige en veel goedkopere elektronische systemen. Ze zijn ruim beschikbaar maar worden niet optimaal gebruikt. Soms uit belastingoverwegingen (cash is anoniem) en omwille van verkeerd begrepen privacy. Privacy is nodig om de persoonlijke levenssfeer te beschermen, niet om misdaad en zwart geld een dekmantel te verschaffen. Het zouden dus in de eerste plaats diegenen moeten zijn die absoluut baar geld wensen te blijven gebruiken, die de zware veiligheidskosten moeten dragen.
De zogenaamde ,,intelligente box” of plofkoffer is één van de middelen om geldvervoer te beveiligen. In België gebeurt de invoering ervan traag, omdat men een absoluut veilig systeem wil gebruiken. In plaats van te wachten op de perfectie, zou men al kunnen werken met systemen die pragmatisch hun effectiviteit bewezen hebben, zoals in het buitenland. Men mag niet alles in wetten betonneren. Men moet de misdadigers steeds voor trachten te zijn. Een veiligheidsbeleid moet bijgevolg soepel zijn, voortdurend vooruitlopen op misdadige werkwijzen en technieken.
Ook is het moeilijk om een strenge Belgische wetgeving te handhaven in een Europese vrije markt; Concurrentie vanuit het buitenland moet kunnen werken. Die concurrentie op de kleine markt voor geldvervoer in België wordt momenteel geaccentueerd door de uiteenlopende industriële belangen die de vervoerders hebben in de fabricage van de plofkoffers. Dit vertraagt eveneens de invoering. Het is dan ook wellicht beter om wettelijke voorschriften en homologaties te vervangen door resultaatsverbintenissen tussen de betrokken partijen.
Men kan ook alternatieve geldverdeelsystemen invoeren. Zo zou het bij voorbeeld mogelijk zijn exclusiever te werken met geperfectioneerde automatische biljettenverdelers voor de kleine geldverhandelingen en met meer geconcentreerde en zwaar beveiligde geldverdeelcentra voor de grote bedragen. Aldus zou de rol van de bankagentschappen als geldverdeler geminimaliseerd kunnen worden. Het is immers onmogelijk en inefficiënt om deze duizenden stoppunten voor de vervoerders volkomen te beveiligen.
Al die veranderingen vragen tijd. Een vermindering van het baar geldvervoer is onoverkomelijk. Ondertussen moeten de geldkoerierbedrijven zoeken naar diversificatie. Als ze zoeken naar andere diensten die ze aan de banken kunnen leveren, moet de tewerkstelling er niet onder te lijden. Vervoer van kleine hoeveelheden geld, van andere waarden en documenten, zal steeds nodig zijn. Ook de enorme archiveringsproblemen van onze nog steeds niet-papierloze maatschappij kan mogelijkheden bieden.
Op korte termijn moeten de werknemers-vervoerders echter in zo veilig en gunstig mogelijke omstandigheden kunnen werken. Hun vertrouwen in de nieuwe systemen, om te beginnen in de intelligente box, moet worden behouden. Dit kan tijdelijk gebeuren door meer personeel, door meer supervisie van de ordediensten, door meer menselijke en elektronische begeleiding, door betere procedures.
Op middellange termijn worden veiligheid en tewerkstelling enkel gediend door een pro-actief beleid. Niet door paniekreacties na elke brutale overval. Dit beleid is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, waardevervoerders en waardetransportgebruikers.
Jozef VAN DEN NIEUWENHOF
directeur bij de Belgische Vereniging van Banken
13/02/1998

