9 Juli 1991 – Koninklijk besluit van 27 juni 1991 houdende vaststelling van nadere regels met betrekking tot de verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de bewakingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, gewijzigd bij koninklijk besluit van 20 december 2002 (B.S. 21.01.2003)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit dient onder verzekeringnemer verstaan te worden ofwel een bewakingsonderneming ofwel de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een interne bewakingsdienst organiseert.
Art. 2. De verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de bewakingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten verleent dekking voor de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels en de schade aan goederen ten nadele van derden.
Onder derden wordt verstaan elke persoon die niet behoort tot de bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst.
Art. 3. De verzekeringsovereenkomsten gesloten in uitvoering van dit besluit verlenen tenminste dekking ten belope van 100 miljoen frank per schadegeval voor de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels en 30 miljoen frank per schadegeval voor de schade aan goederen.
De bedragen bedoeld in het vorige lid worden aangepast aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen. Als basisindexcijfer wordt het indexcijfer van de maand genomen die de bekendmaking van dit besluit voorafgaat.
Indien het totaal van de verschuldigde schadeloosstellingen de verzekerde som overschrijdt worden de rechten van de benadeelden tegen de verzekeraar naar evenredigheid verminderd tot dat bedrag.
Niettemin blijft de verzekeraar die, onbekend met het bestaan van de vorderingen van andere benadeelden aan een benadeelde een groter bedrag dan het aan deze toekomende deel heeft uitgekeerd, jegens die anderen slechts gehouden tot het beloop van het overblijvende gedeelte van de verzekerde som.
Art. 4. Indien de verzekeringsovereenkomst een beding inhoudt dat de verzekeringnemer persoonlijk voor een deel in de vergoeding van de schade zal bijdragen, blijft de verzekeraar niettemin jegens de benadeelde gehouden tot betaling van de schadeloosstelling die krachtens het beding ten laste van de verzekeringnemer blijft.
Art. 5. Wanneer ten gevolge van een schadegeval de benadeelde persoon gerechtigd is op prestaties bepaald in de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en tot organisatie van een regeling van verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, is de vergoeding van de verzekeraar beperkt tot het bedrag van de schade dat het bedrag van de voormelde prestaties overtreft.
Het bepaalde in het vorige lid doet geen afbreuk aan het recht van terugvordering waarover de verzekeringsinstelling, krachtens artikel 76quater, § 2, vierde lid, van voormelde wet van 9 augustus 1963, ten aanzien van de verzekeraar beschikt.
Art. 6. De verzekering dekt de schade opgelopen tijdens de geldigheidsduur van de verzekeringsovereenkomst met dien verstande dat de dekking slechts ingaat met ingang van de datum waarop de vergunning als bewakingsonderneming of interne bewakingsdienst uitwerking krijgt en van rechtswege eindigt op de datum van verval, intrekking of opheffing van deze vergunning. Schade opgelopen na het aflopen van de verzekeringsovereenkomst is enkel gedekt als ze het gevolg is van prestaties, producten of werkzaamheden die geleverd of uitgevoerd zijn voor de
afloop van de verzekeringsovereenkomst en indien de aangifte is gedaan binnen het jaar na de datum van de betekening bedoeld bij artikel 9 en indien deze schade niet gedekt is door een andere verzekeringsovereenkomst.
Art. 7. De verzekeringnemer dient bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomst een verzekeringsattest, waarvan het model als bijlage bij dit besluit is gevoegd, toe te sturen aan de Minister van Binnenlandse Zaken.
Art. 8. […]
Art. 9. De beëindiging van de verzekeringsovereenkomst kan aan de benadeelde tegengeworpen
worden vanaf de tiende dag nadat de verzekeraar hiervan de Minister van Binnenlandse Zaken per
aangetekende brief in kennis heeft gesteld.
Art. 10. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt bekendgemaakt.
Art. 11. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
| Attest tot staving van het sluiten van een verzekeringsovereenkomst tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe de vergunde bewakingsactiviteiten aanleiding kunnen geven. De verzekeringsonderneming …………………. (naam, adres, kodenummer) heeft kennis genomen van de wet van 10 april 1990 op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1997, 9 juni 1999 en 10 juni 2001, en haar uitvoeringsbesluiten en verklaart dat …..……………. (naam, adres van de verzekeringnemer) op datum van …………………….. een verzekeringsovereenkomst met het nr………………. gesloten heeft, in toepassing van artikel 3 van voornoemde wet van 10 april 1990. De verzekeringsovereenkomst dekt de burgerrechtelijke aansprakelijk waartoe de volgende vergunde bewakingsactiviteiten van de verzekeringnemer aanleiding kunnen geven*: - toezicht op en bescherming van roerende of onroerende goederen: statische bewaking overdag, statische bewaking ’s nachts, interventie na alarm, mobiele bewaking - bescherming van personen - toezicht op en bescherming bij het vervoer van waarden: alle activiteiten van beveiligd waardevervoer et inbegrip/uitsluiting van het vervoer van geldbiljetten zonder goedgekeurd neutralisatiesysteem - beheer van een alarmcentrale met inbegrip/uitsluiting van activiteiten als bewakingscentrale - toezicht en controle op het gedrag van personen met het oog op het verzekeren van de veiligheid in publiek toegankelijke plaatsen: alle activiteiten van persoonscontrole met inbegrip/uitsluiting van winkelinspecteurs/portiers De verzekeringsovereenkomst eindigt op ………… (eindvervaldatum). Overeenkomstig artikel 9 van het koninklijk besluit van 27 juni 1991 stelt de verzekeraar de Minister van Binnenlandse zaken in kennis van elke beëindiging van de overeenkomst. Deze verzekering is onderworpen aan het Belgisch recht. De Belgische rechtbanken zijn bevoegd voor alle geschillen met betrekking tot deze verzekering. …………………….., te …/…/…… (plaats en datum) Voor de verzekeringsonderneming: ……………… (handtekening van de dossierbeheerder bij de verzekeringsonderneming) Mr/Mevr. ……………………………………(Naam en voornaam van de dossierbeheerder) Telefoon: ……./………………………….. Fax: ……../……………………. e-mail: …………………………………………………. *schrappen wat niet past |

