Mercedes G-klasse (B) – Toyota Landcruisers (B) – Nissan Patrol GR (NL) – Toyota Survivors (D)
Beveiliging van geldtransporten
Wij beschermen geen geld, maar mensenlevens.
Naar aanleiding van een reeks tragische aanslagen op geldtransporten gaf toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Johan Vande Lanotte in 1998 de rijkswacht de opdracht bepaalde geldtransporten te begeleiden. Het was voor het publiek even wennen aan de konvooien van twee rijkswachtvoertuigen en een geldtransport op de snelwegen. Nu kent iedereen deze escortes wel, maar er blijven wrevelige vragen en opmerkingen, zowel bij de weggebruikers als bij de rijkswacht.
Bron : FedPol
De drieste overval op een geldtransport van Brink’s Ziegler op 12 januari 1998 of de kleine Melissa die verlamd raakte, toen ze een paar jaar geleden bij een overval op de Brusselse ring door een kogel werd geraakt, heeft nog niemand vergeten.
De escortes van de waardetransporten hebben er intussen voor gezorgd dat het personeel van Intercity-transporten niet meer is overvallen. Maar het publiek mort nog steeds over te trage of te snelle konvooien; de rijkswacht vraagt om wat meer begrip voor deze moeilijke en gevaarlijke opdrachten. Opperwachtmeesters Philip Wilczak en Eric Sanrey en wachtmeester Dominique Verbist van de Algemene Reserve van de rijkswacht geven antwoord op de vaak gehoorde kritieken.Waarom zoveel personeel en materiaal inzetten om geld te beschermen?
Verbist: “We beschermen geen geld, maar een mensenleven! In de eerste plaats het leven van de begeleiders, maar ook dat van de burgers die zich op dat moment in de buurt van het konvooi bevinden. Het geld interesseert ons in principe niet; we beschikken trouwens ook over geen enkele informatie omtrent de waarde van het transport.” De fondsenwagen wordt begeleid door twee prioitaire voertuigen.Burgers zeggen soms dat de rijkswachters vrij agressief rijden.
Wilczak: “Om te voorkomen dat onschuldige burgers in een schietpartij zouden terechtkomen, proberen we met alle mogelijke en toegelaten middelen te verhinderen dat men te dicht in de buurt van het konvooi kan komen. Bovendien weten wij nooit wie het konvooi probeert in te halen. Vandaar dat we zeer kordaat en alert optreden.”Sanrey: “Eén van de hoofdprincipes is dat het konvooi steeds in beweging blijft en daardoor minder kwetsbaar is.
Vandaar dat wij soms over de pechstrook rijden, tussen files door laveren of onze sirene aanzetten om onze doorgang te verzekeren. Dat brengt wel hinder mee voor de andere weggebruikers, maar de colonne moet steeds in beweging blijven. Wanneer iemand, ondanks alle waarschuwingen, het konvooi toch probeert in te halen, zullen wij dat op alle mogelijke toegelaten manieren verhinderen. Zo laveert de achterste prioritaire wagen soms van de ene naar de andere kant van de weg. We begrijpen dat dit bij de burgers kan overkomen als overantwoord rijgedrag, maar ik herhaal dat we dit enkel en alleen doen om te verhinderen dat onschuldige burgers betrokken zouden geraken in een schietpartij.”Waarom moet die begeleiding van geldtransporten gepaard gaan met een dergelijke machtsontplooiing?
Wilczack: “Het vertonen van wapens is te verantwoorden omwille van de gevaarlijke situatie waarin we verkeren. We hebben de indruk dat de mensen zich onvoldoende bewust zijn van dit gevaar.
Bovendien is het al lang geleden dat er een hold-up gepleegd werd en dan zijn de mensen snel geneigd het dreigende gevaar te vergeten.
De overvallers zullen echter alle middelen inzetten om hun buit te bemachtigen; wij moeten dan ook alle voorzorgsmaatregelen nemen om de mensen in de buurt en het personeel van het transport te beschermen.”
Is het zo dat heel wat geldtransporten sneller rijden dan de maximum toegelaten snelheid?
Verbist: “Bij een konvooi zal de snelheid nooit erg hoog zijn; mensen zullen eerder vinden dat het konvooi te traag rijdt. Enkel het eerste voertuig, het zogenaamde verkennende voertuig, kan in een soort van harmonica-beweging tussen het konvooi en het verkeer dat zich ervoor bevindt, soms sneller rijden, maar dit is uiteraard afhankelijk van de verkeerssituatie.”
Wilczak: “Als konvooi zijn we uiteraard nog gebonden aan wettelijke verkeersregels. Dit is echter niet altijd gemakkelijk, we moeten voortdurend en onmiddellijk verkeerssituaties beoordelen, en hierbij zo weinig mogelijk hinder veroorzaken voor de andere weggebruikers.”
Buurtbewoners klagen nogal eens over escortes die te veel lawaai maken door voortdurend hun sirenes te gebruiken.
Wilczak: “We proberen de geluidsoverlast tot een minimum te beperken, maar de praktijk leert ons dat alleen een blauw zwaailicht niet veel waarde meer heeft bij de gemiddelde weggebruiker. Het gebruik van de sirene is trouwens ook wettelijk verplicht voor een prioritair voertuig, wanneer het door een rood licht moet rijden. We gebruiken de sirene in de eerste plaats om de veiligheid van de omringende weggebruikers te garanderen.”
Sanrey: “In tegenstelling tot andere prioritaire voertuigen, die hun sirene altijd laten opstaan, gebruiken wij de sirene enkel als waarschuwingssignaal.”
Hoe worden de beveiligde geldtransporten momenteel georganiseerd?
Wilczak: “Er wordt een onderscheid gemaakt tussen drie verschillende soorten geldtransporten.”
- Transport intercity: dit zijn de geldtransporten die belangrijke waarden van het ene naar het andere hoofddepot in de provincie transporteren.
- Transport intracity: dit zijn de geldtransporten die belangrijke waarden transporteren tussen verschillende banken binnen de agglomeraties.
- Transport van detailwaarden: dit zijn geldtransporten die lokale klanten aandoen en bijgevolg in de agglomeraties vaak korte trajecten afleggen.
“De wet bepaalt dat op dit moment alleen maar de intercity’s door de rijkswacht worden beschermd.”
Wordt er een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten bescherming?
Sanrey: “Er wordt inderdaad een onderscheid gemaakt tussen een statische en een mobiele bescherming.
De mobiele bescherming is van toepassing tijdens de rit van het ene naar het andere hoofddepot. Op dat moment wordt de fondsenwagen begeleid door twee prioritaire voertuigen. Eén bevindt zich voor het geldtransport en heeft tot taak de weg vrij te maken voor het konvooi; het achterste prioritaire voertuig moet verhinderen dat andere wagens het konvooi proberen in te halen. “Men spreekt van een statische bescherming op het moment dat het dispositief een beschermde zone binnenrijdt en het geld wordt opgehaald of afgeleverd.” Op dat ogenblik wordt er door de voertuigen en de rijkswachters een afzonderingszone gecreëerd.”
Foto: Opperwachtmeester Eric Sanrey
Bron : FedPol – Jan Van Ransbeeck
Weggebruiker en geldtransport
Het dispositief wordt kenbaar gemaakt door te rijden met blauw zwaailicht. Het moet in zijn geheel als een prioritair dispositief worden beschouwd. Hierbij is Art 38 van het KB van 01/12/1975 van toepassing. Dat wil zeggen dat bij het naderen van een prioritair voertuig met gebruik van het speciaal geluidstoestel, elke weggebruiker onmiddellijk de doorgang dient vrij te maken en voorrang moet verlenen. Zo nodig moet hij ook stoppen.
Bij dit signaal moet u de linkerrijstrook vrijmaken.
Je moet de linkerrijstrook vrijhouden. Zodoende kan het escortedispositief de andere automobilisten op een reglementaire manier inhalen. Op de autosnelweg hoef je niet te stoppen op de pechstrook om het escortedispositief te laten passeren, omdat dit tot gevaarlijke situaties kan leiden. Als je ingehaald wordt, dien je op een voldoende veilige afstand achter het laatste rijkswachtvoertuig te volgen. Daardoor verkleint de kans dat er bij een eventuele gewapende aanslag op een fondsenwagen derden getroffen zouden worden.
Bij het uitvoeren van deze opdrachten staan de rijkswachters in voor de veiligheid van de begeleiders en de burgers die zich op dat moment in de buurt van het konvooi bevinden.
Bron : FedPol

